Het doel van dit instapgroepje is het gebrek aan watergewenning en initiatie proberen aan te pakken. Bij  geteste kinderen blijkt vaak hetzelfde probleem: ze zijn niet zwemveilig en missen basishouding en drijfvermogen in het water. De reden daarvan is dat men kinderen direct een zwemslag heeft willen aanleren zonder de noodzakelijke basisvaardigheden bij te brengen.

Daarom dalen we bij de mini’s even af naar de allereerste nodige basisoefeningen. Alle oefeningen worden in het ondiepe bad gegeven: zo hebben de jongsten een groter veiligheidsgevoel. We leren de kinderen drijven, zowel op de buik als op de rug en het draaien rond de lengte-as.

Er wordt hierbij veel aandacht besteed aan de vormspanning die essentieel is om te kunnen drijven. We leren de kinderen zich te oriënteren in en onder water, wat noodzakelijk is om zwemveilig te worden. Omdat de kinderen veel onder water leren kijken, moeten ze steeds een zwembrilletje dragen om de ogen te beschermen.

De zwemmertjes doen oefeningen om hun evenwicht in het water te trainen, zodat ze  stabiel leren zwemmen. Dit is zeer belangrijk bij het zwemmen. Laten we de vergelijking maken met een ijsschaatser, die zich snel bewust wordt van evenwichtsverlies bij iedere val die hij maakt. In het water daarentegen wordt men zich niet zo snel bewust van evenwichtsverlies, maar de gevolgen zijn even nadelig voor de prestatie.

Tegelijk worden bij al deze oefeningen de beenbewegingen van rugslag en crawl aangeleerd. We oefenen zodat het kind 50m kan drijven met beenslag rug, waarna het regelmatig verder kan oefenen op andere elementen van de techniek.